“Ik kan mijn borderline omzetten in iets positiefs”

Tien keer per dag van kleding veranderen, extreme huilbuien, krassen op haar arm, vele nachten wakker blijven om goede cijfers te scoren op school en argwaan naar alles en iedereen. Nicky Verduyn (28) heeft het allemaal meegemaakt, en nog steeds soms. Maar ze heeft een manier gevonden om met haar borderline, vermijdende en obsessieve persoonlijkheidsstoornis om te gaan. Bovendien heeft ze na een lang traject vol therapie haar klachten omgezet in iets positiefs; ze helpt jongeren als ervaringsdeskundige. Een interview over haar lange, innerlijke reis vol ups-and-downs.

 

”Op mijn 4e had ik al het idee dat vriendinnetjes knapper waren dan ik”, begint Nicky haar verhaal. “Dat ik niet aan ze kon tippen, dat ze leuker waren. Ik huilde die jaren veel op school en voelde me snel afgewezen en minderwaardig.”

Haar moeder vindt dan al dat ze op een zorgelijke manier onzeker en afhankelijk is. Met 7 jaar komt ze in behandeling bij de Jutters (nu Youz). “Ik kreeg een spierziekte en artsen vonden het belangrijk dat ik ook geestelijke hulp kreeg. Zo'n ziekte heeft natuurlijk veel impact op je leven. Bovendien had ik nogal een sombere inslag, was ik angstig in het contact met mensen en vermeed ik sociale situaties.”

“Een 6 was absoluut niet voldoende”

We maken een sprongetje in de tijd. Als de pubertijd aanbreekt stapelen de problemen zich op en raakt Nicky depressief. “Ik vermeed school en had enorme faalangst. Daartegenover stond dat ik heel erg obsessief met mijn cijfers bezig was. Ik stond om 3 uur 's nachts op om te leren bijvoorbeeld. Dan zei mijn moeder: “Is dat niet een beetje overdreven?” Maar het moést echt van mezelf. Een 6 was absoluut niet voldoende. Andere moment bleef ik hele dagen depressief onder een dekentje liggen en deed ik gewoon helemaal niks meer.”

De depressie heeft Nicky in haar macht

Het gaat bergafwaarts met Nicky. De depressie grijpt haar en ze ligt weken achtereen op de bank, tot een deeltijdbehandeling (5 dagen per week) voor angst en depressie haar uit het slop trekt. “In die therapiegroep zeiden ze bijvoorbeeld, “Nou Nicky, je doet gewoon mee met het sport uur!” Dat vond ik echt verschrikkelijk, want ik gymde nooit en de leraar tolereerde dat. Ik was gewend dat mijn omgeving mijn gedrag accepteerde. Pittige tijd, maar na een jaar had ik het gevoel dat ik de wereld aankon. Ik was niet meer depressief en niet meer angstig.”

“Ik vertrouwde mijn vriendje niet”

Borderline kijkt om de hoek

Die goede periode duurt ongeveer anderhalf jaar tot ze opnieuw instort. Voor het eerst komt borderline om de hoek kijken. “Ik was 20 en woonde alleen in Rotterdam. Op school had ik opnieuw moeite met het sociale gebeuren en ik werd heel erg achterdochtig naar anderen toe: “Wat willen ze van mij? Ze bedoelen het slecht!”, dacht ik. Ik vertrouwde mijn vriendje niet; als hij even niet antwoordde op een app'je, dacht ik meteen dat hij met een ander meisje was. Tezamen met enorme stemmingswisselingen, huilbuien, boosheid, onredelijkheid en afhankelijkheid, zorgde dat ervoor dat zowel vriendjes als andere contacten snel verdwenen. Ook mijn faalangst speelde weer op. Ik bleef hele nachten op om te studeren en mocht niet slapen van mezelf.”

Intens behandeltraject

Weer gaat Nicky een intens behandeltraject aan bij de Jutters (De Albatros), nu voltijd, 5 dagen per week. “Als een soort snelkookpan moest ik de confrontatie met mijn angsten, vermijding en dwang aangaan. Dat was heel zwaar maar heeft me erg geholpen. Wat me is bijgebleven, is dat ze mijn zelfbedachte, strakke regime gingen spiegelen. Als mijn beste vriend kwam logeren bijvoorbeeld, mocht hij geen rommel in mijn kamer maken en moesten al zijn spullen in een hoekje van de kamer blijven. Ik verwachtte ook van hem dat hij mij als beste vriendin behandelde. Bij de Albatros gaven ze alles wat ik onbewust uitstraalde terug. Ze zeiden: “Nicky, je zet gewoon een soort van plaatje neer, maar wie ben jij nou echt?”

“Nicky, je zet gewoon een soort van plaatje neer, maar wie ben jij nou echt?”

Mijn make up moet perfect zitten

Nu, een aantal jaar later, is ze tevreden met haar leven. “Het gaat heel goed met me”, zegt ze. “Ik heb nog steeds depressieve periodes, of momenten dat ik dingen vermijd of wat meer dwangmatig ben. Zo doe ik mijn make up soms drie keer opnieuw omdat het perfect moet zitten of kleed ik mezelf 10 keer op een dag om. Maar ik heb een manier gevonden om met mijn eigen valkuilen om te gaan. “Ik zeg dan bijvoorbeeld tegen mezelf: “Kom op Nicky, ga weer normaal doen.” Dat werkt goed. Ik woon ook met drie vriendinnen samen die dezelfde therapiegroep hebben gedaan. Zij durven tegen mij te zeggen: “Nicky, je trapt weer in je valkuilen!” Ik schrijf ook veel. Daardoor kan ik heel goed reflecteren op mijn eigen gedrag en gedachtes. Ook medicatie heeft me geholpen mijn leven weer op de rit te krijgen.”

Samen omhoog klimmen

“Ga naast iemand staan, in plaats van boven iemand”, wil Nicky ze tot slot als tip meegeven aan familie en naasten van iemand met een persoonlijkheidsstoornis. “Dan kun je samen omhoog klimmen in plaats van dat jij hoog op de berg zit. En verzamel zelf mensen om je heen die met jouw jou speciale handleiding kunnen omgaan. “Als je er niet tegen kan dat ik af en toe depressief ben. Dan hoor je niet in mijn leven”: zo denk ik!” Ik heb nu een hele fijne vriendengroep die dat begrijpt. Mensen die bij de nieuwe versie van mij passen. Verder ben ik blij dat ik nu een goede band heb met mijn ouders door de therapie. Niet meer zo afhankelijk. Ik heb daarnaast ontzettend veel over mezelf geleerd en ik kan veel beter met mezelf omgaan nu. Bovendien help ik anderen met mijn ervaring. Ik kan het omzetten in iets positiefs.”

Momenteel werkt Nicky als coördinator bij ExpEx, een landelijk platform voor jonge, opgeleide ervaringsdeskundigen en is ze zelf en is zelf ervaringsdeskundige bij het FACT team van Youz in Den Haag. Daar begeleidt ze jongeren vanuit die rol. “Die jongeren vinden het prettig om met mij bijvoorbeeld over zelfbeschadiging, een duidelijk kenmerk van borderline, te praten. Ik heb een jaar of 8 aan zelfbeschadiging gedaan en nu een jaar of 2 al niet meer. Ik kraste op mijn armen en nu zit ik met de littekens. Dat is op z'n zachts gezegd balen. Ik vertel de jongeren hoe ik er vanaf ben gekomen en wat voor alternatieven er zijn. Wat je voelt op zo'n moment. Dat is van heel veel meerwaarde. Een behandelaar heeft vaak geen idee wat er in je omgaat.”