Nieuws

Nieuws van Youz

02 januari 2020

Ron+de+Joode.JPG

Sociaal psychiatrisch verpleegkundige en therapeutisch werker Ron de Joode geeft cognitieve gedragstherapie bij mensen met een diagnose autisme in combinatie met een andere diagnose. Hij behandelt bijvoorbeeld mensen met angst- en dwangproblematiek. Eén van de diagnoses waar hij veel hulp bij biedt is hoarding, een bijna niet te beheersen verzameldrang. Hij werkt op de poli autisme Amsterdam (Leo Kannerhuis). Bijna een derde van z’n tijd is hij op pad. Hij geeft psycho-educatie aan maatschappelijk hulpverleners en komt bij cliënten thuis of op locatie. Of het voor hem normaal is vanwege zijn discipline of niet, hij beveelt therapeuten aan meer buiten de deur van hun behandelkamer aan de slag te gaan.

Toch wat meer bagage thuis

“Als je iemand met de diagnose hoarding in de behandelkamer hebt, kun je de donder erop zeggen dat hij of zij het zelf wel mee vindt vallen. Dat doet iemand niet expres, het is niet dat iemand het niet durft te vertellen en er is ook geen woord gelogen. We hebben te maken met een compleet andere kijk op de hoeveelheid spullen die er verzameld is. Vaak is het veel meer. Hetzelfde geldt voor mensen die last hebben van een dwangneurose: als je op de poli bespreekt waar iemand last van heeft en welke dwanghandelingen er plaatsvinden, blijkt het thuis toch vaak anders of erger te zijn.” Eén van de redenen dat De Joode niet vaak op de poli te vinden is, maar bij mensen thuis of de instelling of locatie waar een cliënt tijdelijk woont. Je zou denken dat het meer tijd kost, minder efficiënt is, maar het tegendeel is waar. “Op het moment dat je aanwezig bent in de omgeving van de cliënt heb je een veel completer beeld, kun je preventiever te werk gaan en je behandeling wordt effectiever.”

Samen optrekken in het Amsterdamse

Iets anders dat De Joode ook buiten de deur doet is het geven van trainingen aan andere zorgprofessionals in het Amsterdamse. “Neem nu bijvoorbeeld collega’s bij thuiszorgorganisaties. Dat zijn vaak aanpakkers, mensen die nooit met lege handen lopen. Dan moet je niet gek staan te kijken als er een keer iemand met de beste bedoelingen roept: Kom laten we ‘ns lekker flink door je spullen heen. En dát voelt voor iemand met de diagnose hoarding heel confronterend. Je zit aan zijn of haar spullen die veel betekenis hebben en daar moet je voorzichtig en heel respectvol mee omgaan. Ook met de spullen die in onze ogen rommel lijken. Samen met mijn collega’s leer ik professionals om te gaan met dergelijke diagnoses. We geven ze handvatten en richtlijnen die je rechtstreeks in de praktijk kunt toepassen. Daar staat weer tegenover dat ik leer van de andere professionals. Zij komen twee of drie keer per week bij iemand thuis. Ik niet.”

“We gaan tijdens een training bijvoorbeeld na hoe je een inventarisatie maakt. Ik ga altijd naast een cliënt staan en naar de spullen kijken. Alleen kijken, en niet aanraken. En dan gaan we categoriseren door te benoemen en met toestemming van de cliënt noteren. We stellen de vraag: hoe rijk bent u? Niet financieel rijk, maar wat heb je in je bezit? Je doel is dat uiteindelijk het een en ander verdwijnt, maar dat is zéker niet de eerste interventie. Het is zo belangrijk om daar voor een bezoekje thuis te plannen.

Van tachtig kop en schotels naar vijftien

“Een cliënte van mij had een tante aan wie ze hele dierbare herinneringen heeft. Ze hadden de mooiste gesprekken onder het genot van een kopje thee. Mooie kopjes waren dat ook, vertelde mijn cliënte. Haar tante kwam te overlijden en drie kwart jaar later had mijn cliënte een collectie van 80 kopjes en schoteltjes. Die kopjes en schoteltjes stonden letterlijk symbool voor de warme herinneringen aan haar tante. Middels cognitieve gedragstherapie gingen we na of al die herinneringen ook echt in de kopjes en schoteltjes zaten. Ik heb haar een kopje en schoteltje een week lang op onze praktijk neer laten zetten met de opdracht na te gaan of, nu ze wegwaren, haar herinnering aan haar tante ook weg was. De kop en schotel waren een maat voor het vasthouden aan de gedachten aan haar tante. Haar antwoord na een week raad je al: de kop en schotel waren weg, maar mijn herinnering niet. Die constatering geeft rust. Zo kun je voorzichtig samen concluderen – en dat is een proces – je hebt geen tachtig kop en schotels nodig om de herinneringen aan je tante te bewaren. Daar mag bijvoorbeeld ook een foto voor in de plaats komen. Kopjes en schotels mag je houden, maar dan omdat je ze mooi vindt. Op dit moment zie je dat ze nog steeds niet makkelijk afstand doet van haar spullen, máár 65 kopjes en schotels zijn de deur uit en er komen geen nieuwe meer bij. Bovendien zie je dat dingen die vroeger niet bespreekbaar waren, dat nu wel zijn. De meeste mensen zijn blij als het huis aan kant is. Iemand met verzameldrang heeft juist positieve gevoelens als zijn huis niet aan kant is. En bij spullen wegdoen, gebeurt precies het omgekeerde: dat zorgt voor angst, onrust en een negatief gevoel. Ergens neem je ze dus iets af. Mijn streven is altijd een cliënt iets terug te geven: zijn grip en eigen regie. Het meest waardevolle wat je iemand kan geven.”

Extreem krachtige focus inzetten

“Ik heb zo’n mooi vak. Echt serieus. En ik zou willen dat we met z’n allen meer op de sterke kant van het autisme kunnen gaan aansturen. Dat mensen dus - met de nodige ondersteuning - dat kunnen toepassen in de maatschappij. We hebben allemaal in meer of mindere mate gewoonten en routines. Ik denk oprecht als je kijkt naar de ontwikkeling op ICT en ander gebieden dat we mensen nodig hebben met een (extreem) krachtige focus. Veel mensen met autisme hebben zo’n focus. Met hen kunnen we doorbraken realiseren, die we met anderen nooit voor elkaar krijgen. Het is prachtig om dat tot bloei te laten komen en daarmee ook het stigma te laten verdwijnen.”

Ron de Joode is cognitief gedragstherapeutisch werker VGCT en sociaal psychiatrisch verpleegkundige. Daarnaast is hij trainer en docent. Zijn expertise ligt op het gebied van autisme eventueel gecombineerd met angst -en dwangproblematiek.