Nieuws

Nieuws van Youz

13 augustus 2020

regulier-hedwig+van+bakel.png

Vroegtijdige signalering in de GGZ leidt mogelijk tot veel effectievere behandelingen. Bijzonder hoogleraar Hedwig van Bakel gaat bovendien na welke factoren er bij het stellen van een diagnose nog meer een rol spelen. Zij kijkt niet alleen naar het kind, maar naar het hele gezin, de omgeving en sociaal-economische factoren. We verwachten met haar onderzoek niet alleen dat kinderen beter geholpen kunnen worden. Ook kunnen we  rekenen op positieve effecten binnen het gehele sociale domein.

 

De aandacht voor het vroegtijdig signaleren, verklaren en voorkomen van psychische problematiek bij hele jonge kinderen en hun gezin is terug van weggeweest en is booming. Tijdens de kabinetsperiode van de toenmalige minister Rouvoet (2006) werden de Centra voor Jeugd en Gezin (CJG’s) opgericht. Na een periode van minder politieke aandacht op dit onderwerp, groeide de belangstelling voor preventie en wordt er steeds meer ingezien hoe belangrijk vroegsignalering en behandeling eigenlijk is. Bovendien wordt een steeds groter aantal mensen opgeleid om de jonge doelgroep te ondersteunen.

Onder de term Infant Mental Health (IMH) werken professionals aan de vroegtijdige signalering en diverse behandelingen van psychische problemen van jonge gezinnen. Héél jong; de doelgroep begint namelijk al bij baby’s die nog in de buik zitten tot 6 jaar. Hedwig van Bakel is bijzonder hoogleraar Infant Mental Health aan de Tilburg University. Ze doet onderzoek naar de factoren die van invloed zijn op een diagnose en die daarnaast nog meer een rol spelen. Doel hiervan is nog beter passende behandelingen te kunnen bieden. Daarnaast pleit ze ervoor dat professionals binnen de geestelijke gezondheidszorg meer op hun handen moeten zitten. Wat haar betreft stappen we – hoe moeilijk ook - uit de adviesrol en sturen we veel meer op inzicht.

Diagnose onder de loep

“Wanneer we een kind binnenkrijgen waar het niet goed mee gaat, zijn we gewend om te kijken naar het kind: hoe gedraagt het zich, hoe voelt het zich, zijn er erfelijke factoren? Op basis van uitkomsten van observaties, vragenlijsten, gesprekken stellen we een diagnose. Vervolgens bieden we een behandeling die goed past bij de diagnose. Toch zijn er voldoende situaties waarbij dit niet werkt.

Ik denk veel na over hoe wij vanuit de wetenschap de praktijk kunnen ondersteunen. Wat mij bijvoorbeeld enorm bezighoudt, is hoe je kleintjes en hun gezin zo goed mogelijk kunt behandelen. Het belangrijkste onderzoek wat we nu doen gaat hierover en is één van de doelstellingen van de leerstoel bij Youz. We verschuiven van een diagnose op basis van kindfactoren naar een diagnose op basis van de gehele context waarin een kind opgroeit en gaan na welke factoren er dus nog meer een rol moeten spelen bij het probleem waarmee een kind wordt aangemeld. Dit om een zo goed mogelijke behandeling te kunnen bieden.”

Het hele gezin in kaart

”Al die factoren die we moeten meenemen om de beste behandeling te bieden zijn we in kaart aan het brengen. Twee daarvan zijn de psychische gezondheid van de ouder(s) én de relatie tussen ouder(s) en kind. We vragen ons normaal gesproken af waarom een kind slecht slaapt of geen contact maakt, maar minstens net zo belangrijk is na te gaan hoe het zit met de ouders en hoe zij en hun kind met elkaar omgaan.

Gewoonlijk krijgen kinderen met bijvoorbeeld autisme een heel specifieke behandeling voor autisme. Als duidelijk sprake is van een kindfactor, dan is dat prima, ervan uitgaande dat de ouders (met hulp) goed met de situatie om kunnen gaan. Dit is echter lang niet altijd het geval. Zo kan het zijn dat een kind met autisme specifiek gedrag vertoont wat vooral komt door de relatie met de ouders die er moeilijk mee om kunnen gaan. Het kan ook zijn dat de ouders eigen psychiatrische problematiek hebben of een belast verleden. We ontdekken dat zelfs sociaaleconomische factoren een heel grote invloed kunnen hebben op de ontwikkeling of het probleemgedrag van een kind. Wanneer ouders bijvoorbeeld nauwelijks het hoofd boven water kunnen houden, er voortdurend stress of ruzie is thuis of in de buurt, maakt dat het aanbod van je behandeling er heel anders moet komen uit te zien. Je kunt dan wel heel eenzijdig gestructureerd een behandeling gericht op het kind en zijn problemen inzetten, maar dat heeft dan vaak vrij weinig zin. Aan ons dus ook om te ontrafelen in hoeverre er sprake is van armoede, stress binnen het gezin of  een ongunstige leefomgeving.

Nu is autisme een van de voorbeelden, maar eigenlijk geldt dit ook al voor ouders met opvoedvragen. Naar elkaar leren luisteren of oefenen met consequent zijn werkt niet als een ouder daar gewoonweg niet toe in staat is, om wat voor reden dan ook. Zoals het nu gaat zetten professionals makkelijk in op opvoedinterventies, maar zonder voldoende te kijken naar de onderliggende en instant houdende factoren. Die zijn namelijk voor elk gezin anders. Bij gezonde ouders werkt een opvoedinterventie vaak goed. Maar voor ouders met eigen problematiek en waar stress in het gezin voortdurend op de loer ligt zijn dit heel oppervlakkige interventies die vaak niet het gewenste effect hebben.

Wanneer alle factoren inzichtelijk zijn en we inzoomen op de sterke en zwakkere kanten in een gezin kunnen we aan de hand daarvan kijken welke interventie het beste aansluit en dus toegepast kan worden. Vervolgens willen we deze werkwijze en de interventies ook bewezen effectief maken en breed uitrollen binnen Youz. Ik wil dat we straks allemaal kunnen aangeven welke interventie het beste van past bij een kind en zijn omgeving.”

Terughoudend met labelen

In het werk met jonge kinderen zijn we bovendien terughoudend in het stellen van een diagnose an sich.. Een diagnose als een soort label werkt in mijn ogen niet optimaal. Begrijp me niet verkeerd: classificatie is vaak heel handig. Denk bijvoorbeeld aan het vaststellen van autisme of ADHD. Je weet met elkaar en ouders dat je het over dezelfde dingen hebt. Je bent alleen nog niet klaar als je al die andere factoren niet hebt meegenomen. Als je een heel goed inzicht hebt in het complete plaatje ben je als professional veel beter in staat om een concrete behandeling te bieden die past bij de hele situatie, en dus ook bij de diagnose. Wat dat complete plaatje exact is gaan we met ons onderzoek na. Onze visie is dat je niet alleen een kind binnenkrijgt, maar een heel gezin. De ouder-kind relatie is je cliënt, of beter gezegd de gehele context waarin het kind opgroeit is de cliënt. Dit geldt binnen de hele zorg voor jonge kinderen. Of je nu op het CJG werkt of in een multidisciplinair SGGZ-team.

Wachten, kijken, spelen

Eén van de interventies die we mooi vinden is kijken, wachten en je afvragen wat er in het hoofd van het kind omgaat tijdens spel momenten. Vervolgens ga je dan mee in het spel van een kind. Je ziet vaak dat ouders geneigd zijn bovenop hun kind te zitten. Ze doen suggesties en gaan het spel bepalen. Precies hetzelfde geldt overigens voor ons als hulpverlener. We zijn erg geneigd om ouders meteen adviezen en tips te geven op basis van onze eigen normen en op basis van wat wij vinden dat goed is. We willen de komende tijd veel meer interventies inzetten waarbij de behandelaar wat meer op zijn handen gaat zitten en niet direct in de ‘ik weet het beter’ rol schiet. En dat is moeilijk hoor. Je wilt ouders tips geven en advies op basis van wat wij vanuit onze professie, kennis en scholing weten. Maar uiteindelijk weten wij het helemaal niet altijd beter. We moeten ouders veel meer ondersteunen in hun ouderrol en veel hulp bieden bij zelf ontdekken waar het ‘m in zit. Zij moeten leren naar hun kind te kijken. Onze rol is ondersteunen en sturen op inzicht. De professionals die nu in opleiding zijn tot Infant Mental Health specialist laten we al op hun handen zitten. Het geeft soms bij aanvang  onrust, want dat zijn we eigenlijk helemaal niet gewend. Een vraag als “mijn kind eet niet, help!” is binnen de jeugdgezondheidszorg en hulpverlening helemaal geen ongewone vraag. Het antwoord is niet makkelijk te geven. Beter is een wedervraag te stellen: “zullen we eens samen naar jouw kind kijken wat hij nodig heeft” om uiteindelijk tot de vraag te komen “zullen we samen kijken wat voor jullie  zou kunnen werken?” Een opvoedkundig advies kun je geven op het moment dat je ervan overtuigd bent dat - daar gaan we weer - andere risico- en belemmerende factoren geen rol spelen.

Toekomstplaatje

Het is best lastig, om onze visie op diagnose en interventies de standaard te laten zijn. Je hebt gewoon verschillende stromingen, ook binnen het werkveld van de zorg aan jonge kinderen. Je ziet dat er nog veel gedragstherapeutisch wordt behandeld, zeker als het gaat om de opvoeding weer op de rit te krijgen. Binnen de IMH visie worden verschillende modellen en theorieën uit verschillende stromingen toegepast maar is ook veel aandacht voor psychoanalytische concepten om mee te werken. Het verleden van ouders of verzorgers wordt vaak op een meer of minder duidelijke manier weerspiegeld in de problematiek waarmee ze hun kind aanmelden.

Mijn missie is uiteindelijk om de hele keten in te kunnen schakelen voor alle factoren die een rol lijken te spelen. Pas dan kunnen we ook binnen de GGZ op hoog niveau interveniëren en behandelen. Voordat we hier zijn hebben we nog wat patronen te doorbreken. Wat naast onze onderzoeken in ieder geval een hele mooie ontwikkeling is binnen Youz is dat wij er steeds meer op zijn gericht om niet alleen een kind maar het gezin te behandelen. Kinderen staan bij ons niet los van hun ouder(s). In die zin kijken we al steeds meer naar een groter plaatje. En als ouders zelf psychische problemen hebben behandelen we ze mee.

Onlangs hebben we het heugelijke feit mogen mededelen dat we samen met het College van bestuur van Tilburg University de bijzondere leerstoel Infant Mental Health hebben verlengd en de benoeming van Hedwig van Bakel is verlengd tot 1 september 2025.