Nieuws

Nieuws van Youz

05 maart 2020

regulier_iris+de+vries.jpg

Geen dag is voor coördinerend verpleegkundige Iris de Vries hetzelfde op het klinische terrein van Youz in Den Haag. Ze voelt zich verantwoordelijk voor het welzijn van cliënt én collega. Naast een coördinerende, heeft ze ook een coachende, helpende en pedagogische rol. Een vliegende keep, die het fort bewaakt als haar collega's in bed liggen.

“Gisteravond had ik twee wondbeoordelingen, een schouderblessure, een nieuw medicatievoorschrift en een escalatie met fysiek geweld”, zegt Iris in één zin. Ze verwoordt de gebeurtenissen alsof ze allemaal van een gelijkwaardig kaliber zijn. Zo’n escalatie gaat je niet in de koude kleren zitten, hoor. Na het vlug in kaart brengen van de situatie vang ik áltijd eerst de collega’s op. Ik spreek de sociotherapeuten die aanwezig waren bij het incident, ga na in hoeverre ze ergens moeite mee hebben en of er nazorg nodig is. Hoewel we met veel plezier in een dankbare omgeving werken, is het werk van een hulpverlener vaak zwaar. Het is belangrijk dat je als zorgprofessional goed voor jezelf blijft zorgen.”

Bieden van of zoeken naar juiste opnameplek

“Mijn diensten zijn nooit hetzelfde en dat vind ik ook juist zo prettig. Ik start met het inlezen over de bezetting van de afdelingen, eventuele opnameplaatsen, of er spanningen zijn etc. Daarna heb ik terreinoverleg met de sociotherapeuten. We gaan dan na wat er op dit moment speelt. We stellen vragen als: is er onrust op en afdeling, zijn er zieken en verwachten we een opname.

We krijgen met enige regelmaat een nieuwe opname. Als dat gebeurt buiten kantoortijd gaat het meestal om een jongere met een machtiging (IBS). Dan word ik geïnformeerd door de voorwacht en bereid ik de afdeling voor op de opname. Moet er een jongere worden opgenomen terwijl wij vol zitten, dan bel ik het land rond voor een gastplaatsing. Een lastige situatie omdat ik de druk van de jongere die echt zorg nodig heeft ontzettend voel, maar ook weet dat ik deze jongere en ouders weleens moet teleurstellen bij gebrek aan klinische plaatsen in het land.”

Verhaaltje voor het slapen

“Het begin van de dienst bezoek ik de afdeling(en) waar het onrustig is of ga een ronde langs de afdelingen. Meestal start ik bij de kindergroepen, omdat zij eerder naar bed gaan. Een van de leuke dingen tijdens mijn diensten zijn de “bedbabbels”. Samen met de kleine kinderen lees ik een verhaaltje of heb ik bijvoorbeeld een weltrustengesprekje met de grotere kinderen. Even wat extra aandacht voor de kinderen. Waardoor de sociotherapeuten wat meer ruimte en aandacht voor de andere kinderen hebben. Bovendien levert het een hoop op. Om me te verdiepen in de kindergroepen, waar ik minder ervaring mee heb, lees ik literatuur die me prikkelt om met sociotherapeuten over te hebben. Zo blijven we met elkaar onszelf ontwikkelen en de zorg die we geven verbeteren.”