Cocaïne

Cocaïne

Door gebruik van cocaïne kan iemand zich uitgelaten, energiek, vrolijk en vol zelfvertrouwen voelen. Veel mensen ervaren het gevoel dat hun uithoudingsvermogen en spierkracht toenemen en het oogt alsof ze snel en helder kunnen nadenken. Het gevoel van vermoeidheid en honger verdwijnen en iemand heeft de neiging om heel veel te praten. Veel mensen hebben het zelfs niet door als ze zich bezeren terwijl ze onder invloed zijn. Deze stemmingsverbetering (‘flash’) is van korte duur.

Het prettige gevoel ebt na een half uur weg en kan omslaan in een somber, teleurgesteld en leeg gevoel (‘crash’). Het goed kunnen praten en helder denken is dan weg. De verleiding om dan opnieuw te gebruiken is dan groot.

Risico's van cocaïne

Agressief en opgejaagd

Als je veel cocaïne gebruikt, kan je het contact met de realiteit verliezen. Je kan je bijvoorbeeld bedreigd en opgejaagd voelen. Daarnaast kan je paranoïde worden, dat wil zeggen dat je bijvoorbeeld achtervolgingswanen krijgt en denkt dat iedereen het op jou gemunt heeft. Dit kan tot gevolg hebben dat je de controle verliest en agressief wordt. Dit is zeker het geval bij het gebruiken van crack. Crack maakt mensen agressief en kan leiden tot ernstige psychische problemen, zoals angsten, depressies en psychosen.

Veranderende persoonlijkheid

Als je veel en regelmatig coke gebruikt, kunnen er veranderingen in de persoonlijkheid optreden. Mensen die altijd heel aardig waren, kunnen zich bijvoorbeeld onbetrouwbaar en egoïstisch gaan gedragen. Dit noemen we ook wel verslavingsgedrag.

Hart- en vaatziekten

Cocaïne verhoogt de hartslag en vernauwt de bloedvaten. Het hart heeft meer zuurstof nodig maar krijgt door de vernauwde bloedvaten juist minder. Het hart moet dus harder werken om aan zuurstof te komen. Er zijn gevallen bekend van hartinfarcten, hersenbloedingen, nierinfarcten en een plotselinge dood na het gebruik van cocaïne. Mensen met suikerziekte, een hoge bloeddruk, een zwak hart of epilepsie, worden afgeraden om cocaïne te gebruiken.

Versneden coke

Cocaïne wordt versneden met andere stoffen. Soms gebeurt dat met onschuldige middelen, zoals suiker, maar er zijn ook gevallen waarin het versneden is met meer gevaarlijke stoffen, zoals levamisol en fenacetine.

Levamisol wordt in de diergeneeskunde als antiwormen middel gebruikt. Regelmatig snuiven van cocaïne, versneden met levamisol, kan leiden tot een gevaarlijk tekort aan witte bloedlichaampjes waardoor de weerstand tegen ziekten vermindert.

Fenacetine is een uit de handel gehaalde pijnstiller, die bij overmatig gebruik nierschade kan veroorzaken. Het worden aangeraden om cocaïne daarom altijd eerst te laten testen. Het testen van cocaïne kan bij één van de testservicecentra in Nederland.

Neus

Door het snuiven van cocaïne kunnen je neusslijmvliezen uitdrogen. Dat komt omdat cocaïne de bloedvaten vernauwt. Je kan hierdoor constant verkouden zijn en vaak bloedneuzen krijgen. Reuk en smaak gaan achteruit. Het neusslijmvlies kan gaan ontsteken en zelfs afsterven. Het neustussenschot kan langzaam maar zeker wegteren. Cocaïne kan in de voorhoofdsholte komen en daar een stevige hoofdpijn veroorzaken.

Verminderde weerstand

Cocaïnegebruik werkt uitputtend. Omdat je geen vermoeidheid voelt, kan je steeds weer je eigen grenzen verleggen. Cocaïne neemt ook het hongergevoel weg. Dit kan leiden tot gewichtsverlies, uitputting, een slechte conditie, een verminderde weerstand en daardoor meer kans op ziekten.

Rijvaardigheid

Cocaïne beïnvloedt de rijvaardigheid. Cocaïne gebruiken en aan het verkeer deelnemen is daarom onverantwoord en ook strafbaar.