Verlegenheid

Je voelt je warm worden, gaat blozen of zweten. Je vraagt je af of anderen het door hebben en denkt mogelijk dat ze je raar vinden. Vervolgens ben je misschien wel bang om verkeerde dingen te zeggen, voel je je overvallen, of durf je mensen niet meer aan te kijken. En dan kom je er helemaal niet meer uit. Iets wat voor je kind wellicht herkenbaar is.

Verlegenheid. Bijna iedereen heeft er wel eens last van in een sociale situatie: je kind komt niet uit zijn woorden of verschiet van kleur als het met andere mensen is. Het is helemaal niet erg om verlegen te zijn. Het hoort er soms gewoon bij. Het voelt natuurlijk niet prettig en als het heel vaak voorkomt of als het heel heftig voelt dan staat het je kind in de weg. Als dat zo is dan kan er sprake zijn van een probleem. Gelukkig kun je daar een hoop aan doen. Afhankelijk van in welke mate het in de weg staat kan het volgen van een (online) training er al voor zorgen dat een kind weer steviger in z’n schoenen staat en met meer plezier naar school gaat. Ook een jeugdteam of wijkteam kan hier goed bij helpen.

Wat is verlegenheid

Iemand die verlegen is ervaart een gevoel van angst in het gezelschap van andere mensen: sociale angst. Een angst die voortkomt uit het idee niet goed genoeg te zijn of het niet kunnen voldoen aan de verwachtingen van anderen. Je bent bang dat iedereen negatief over je denkt. Soms is verlegenheid duidelijk zichtbaar door:

  • blozen
  • trillen
  • sneller ademen
  • het vermijden van oogcontact
  • een sneller kloppend hart
  • of dichtklappen.


Dat maakt het vervelende gevoel nóg een beetje erger. Het zijn de eigen gedachten die voor deze gevoelens zorgen. Je kunt namelijk niet weten wat een ander denkt.

Oorzaken

Verlegenheid kan door veel dingen veroorzaakt worden. Vaak hoort het een beetje bij het leven en zie je het in een bepaalde levensfase toenemen om het later weer te zien afnemen. Wanneer belangrijke personen in het leven van een kind verlegen of angstig zijn kan dat gedrag worden overgenomen. Wat we ook zien is dat een kind verlegen gedrag kan vertonen als hij is gepest of een negatieve ervaring heeft opgedaan.

Sociaal onhandig

In sommige gevallen komt een kind verlegen over, maar hangt het samen met sociaal onhandig zijn. Dit zie je bijvoorbeeld als een kind veel moeite heeft met:

  • een gesprekje beginnen
  • oogcontact maken
  • overgangen, bijvoorbeeld een nieuwe school
  • afstappen op nieuwe mensen

Sociale vaardigheden kun je in principe (voor een deel) trainen. Daar zijn allerlei mogelijkheden <link naar sociale vaardigheidstrainingen> voor.

Als verlegen zijn een probleem wordt

Soms heeft je kind zó’n last van verlegenheid dat het steeds meer sociale situaties uit de weg gaat. Het durft niet naar een feestje of piekert over naar school gaan. Je ziet je kind zich afsluiten en terugtrekken. Sommigen beginnen zelfs smoesjes te bedenken om thuis te kunnen blijven. De angst is dan zo groot, dat het ‘t leven bepaalt. Dit kan spanning thuis of zelfs eenzaamheid veroorzaken. In het ergste geval staat het een normaal leven in de weg. We spreken dan van een sociale angststoornis of sociale fobie. Als je kind erg veel last heeft van sociale onhandigheid, dan is er mogelijk meer aan de hand. Te denk valt bijvoorbeeld aan autisme.


Lees het persoonlijke verhaal van Reshma

Tips over verlegenheid die je kunt delen met je kind

 

  • Verleg je focus van jezelf naar de ander: Hoe praat hij eigenlijk? Hoe heeft zij haar handen als ze praat? Hoe gedragen deze mensen zich in een gesprek?
  • Houd je bezig met de inhoud in plaats van je gevoel. Uiteindelijk draait het om wat er wordt gezegd. Het helpt je om minder gespannen te zijn.
  • Gun jezelf elke dag een kleine uitdaging. Daarmee train je je “dapper-spier”. Neem niet teveel hooi op je vork. Wens vandaag bijvoorbeeld drie mensen een fijne dag en knoop morgen een klein gesprekje aan met een klasgenoot. Bedenk voor elke dag zo’n klein oefeningetje.
  • Houd voor jezelf bij wat er allemaal goed gaat. Misschien kun je ze opschrijven in een dagboekje. Een succes heb je al snel te pakken, want het gaat om het contact dat je legt. Hoe je je voelde op dat moment is ook belangrijk, maar dat je het hebt gedaan is het mooist.
  • Ga na waar het vandaan komt. Heb je vervelende ervaringen gehad? Ligt het misschien aan een stukje opvoeding? Het kan van alles zijn.
  • Praat erover met iemand bij wie je je op je gemak voelt. Als je het fijn vind kun je ook juist praten met een professional die je niet zo goed kent. Soms helpt dat nog beter.
  • Afhankelijk van in hoeverre verlegenheid je kind in de weg staat zijn er verschillende mogelijkheden. Bijvoorbeeld een (online) training, individuele therapie, maar ook groepstherapie.